
In mijn pauze schieten mijn ogen van de ene SALE aanbieding naar de andere aanbieding. Met in het achterhoofd de uitspraak van een collega die wel eens goedlachs roept “vele koopjes zijn samen geen koopjes!”. Hoewel ze zelf alle redenen heeft voor het aanschaffen van haar eigen koopjes, valt mijn oog ondertussen op de aankondiging van de opheffingsaankoop van de Sport2000. Die gaat blijkbaar weg dus binnengaan levert mogelijk een geldbesparing op.
De schoenen zijn sterk afgeprijsd en mijn hart begint wat sneller te kloppen. Meestal wat ik zoek is niet in de juiste kleur of maat te vinden maar misschien is het vandaag mijn Lucky day! Koopjesjachten kosten tijd en daar heb ik veel te weinig van dus ben ik een kritische koopjesjager geworden. Om een lang verhaal kort te maken sta ik even later in een kleine tien minuten buiten met de buit. Twee paar kwalitatief goede schoenen voor zoon. Veilige kleuren, goede maat en hij heeft ze wel eens eerder gehad. Nou ja, van het ene paar weet ik het zeker. Blij ga ik terug naar mijn werk. Mijn collega kijkt me prijzend aan en zegt, “wat fijn dat je nog alles zomaar mee kunt nemen”. “Ja, dat is fijn”, reageer ik en voel meteen een opborrelende twijfel. Mijn laatste aankoop van een mooie winterjas uit ‘mijn eigen’ winkel werd eerst met wantrouwen bekeken maar uiteindelijk in vol en tevreden gebruik genomen. Mijn verontrustende gedachten stop ik snel weg. Ik zal het met veel enthousiasme brengen is mijn voornemen, dat helpt vast stel ik mezelf gerust.
Voor de zekerheid laat ik dochter de schoenen keuren en manlief moet ook zijn mening geven. Unaniem zijn ze het eens. Mooie schoenen voor een mooie prijs! Met volle moed presenteer ik de schoenen de volgende dag aan mijn zoon. Na mijn aankondiging dat ik hele mooie schoenen heb gekocht en ze nog niet uit de tas of uit de doos zijn gehaald zakt de moed me al letterlijk en figuurlijk in de schoenen. Ik zie zijn gezicht en zie het gebeuren… “Mam, wie zegt dat ik die schoenen die je zonder dat ik ze eerst gezien heb en heb gepast, wel zo leuk vind?”. De woorden ‘zonder eerst gezien’ en ‘heb gepast’ worden met stevige nadruk gezegd. Ik baal stiekem van binnen. Met alle egards en mijn vrolijkste gezicht trek ik de schoenen uit de dozen. “Kijk, wat mooi!”. Zoon bekijkt de schoenen kritisch. Na een grondige inspectie volgt een “Mmmm, die ene gaan nog wel..” (ik slaak een kleine zucht van verlichting) “maar die andere.. “. “Die streepjes.. en ze hebben geen holletje onder de zool”. “Voor gymmen zijn ze ongeschikt want ik zou er mee kunnen vallen als ik op rekken moet klimmen”, zegt zoon vastberaden. Geen moeder wil dat zijn kind door eigen toedoen in een rolstoel beland en al helemaal niet als een koopjesschoen daar de oorzaak van is. “Maar hoe vaak moet je dan klimmen, vast niet zo vaak”, probeer ik nog. “Nou, best wel vaak en deze schoenen zijn dus niet goed voor gym”, is zijn conclusie.
Ik schakel snel over naar het andere paar. “Deze vind je toch wel oké?”. “Pas ze eens aan, ze zijn voor het voorjaar!”. Zoon past en geeft meteen een blijk van afkeuring. “Er zit een gekke bobbel in die schoen!”. “Wat nou gekke bobbel”, zeg ik. Ik stop mijn voet er in en voel niets. “Misschien moet je er nog wat in groeien”, opper ik. “Schoenen die niet lekker zitten hoef ik niet hoor mam”. Ik voel mijn gekrengde koopjestrots. Met een zakelijke stem zeg ik; “dat zien we dan nog wel van het voorjaar, proberen we het nog een keer, dan zitten ze vast beter”. “Het zijn hele mooie schoenen” en tot overmaat van ramp zeg ik ook nog dat er kinderen zijn die op blote voeten door het leven gaan. Op het moment dat ik het zeg heb ik al spijt. “Ik kan ze ook niet terugbrengen”. “En ik heb wel even 50 euro betaald voor die paar schoenen samen”.
“Dat is dan zonde van je 50 euro mam..”.